Categorie Kleine dieren

30 juli 2020 In onze tuin

“IK BEN MAAR WATER” zei de regendruppel.
“JE SCHITTERT” zei de zon.
"Ik ben maar water" zei de regendruppel. "Je schittert" zei de zon



“You scratch my back I scratch yours”, of zien we toch iets anders 😉



“De vloer is lava”..of zien we een ander spelletje 😉


De Libelle (Rumpel vond dat het net zo goed de Margriet zou kunnen zijn!)



Fragile yet strong!



Spooky!



Muntvlindertje



B(l)ij met klompjes



The sneaky Basterd! (Weps in ons bijenhotel)



Het hoofd koel houden!



Goed zoeken! Gelukkig heeft het wantsjes aan aan!


Al deze foto’s zijn vandaag in onze eigen tuin gemaakt!

19 juli 2020 Nieuwe bewoners in ons bijenhotel!

19 juli 2020 – Vanochtend zaten we in onze tuin van een lekker ontbijt te genieten, valt mijn oog op ons bijenhotel. In plaats van de inmiddels gebruikelijke rosse metselbijen zag ik een soort vliegje het bijenhotel ingaan. Daar moest ik het fijne van weten. Meer dichtbij gezien was het allesbehalve een vliegje want haar onderbuik was helemaal geel van het stuifmeel. Wat voor soort het wel was… Joost mag het weten! (Even een zijspoortje, wij kennen één Joost, deze weet niet(s) van bijen maar wel alles van muziek en maakt mooie muziek. Hem raadplegen had in dit geval dus geen zin! 😉 ).

Anyhow… De fotocamera werd gepakt om het beestje van nog dichterbij te kunnen bekijken. Foto’s maken gaat dan als volgt. Men neme 1 klapstoeltje en positioneert die vlak voor het hotel, men neme de camera in de aanslag en dan, dan is het zitten, camera omhoog houden en wachten tot het gewenste object neerstrijkt. De camera omhoog houden èn scherpe foto’s maken is trouwens best een dingetje, met name omdat de 100-400 mm lens pittig zwaar is, maar hé, alles voor goede foto’s!

Nadat Berend Jan de eerste fotoserie had gemaakt werden deze meteen in de “doka” ontwikkeld en bestudeerd. Die zagen er veelbelovend uit! Toch was het determineren van dit beestje nog niet zo gemakkelijk. De ranonkelijkbij, klokjesbij, tubebij en behangersbij zijn onder andere de revue gepasseerd. Omdat ik graag het beestje bij zijn echte naam wil noemen heb ik aanvullende foto’s gemaakt. Nou, dat heeft gewerkt want we zijn eruit… de nieuwe bewoners in ons bijenhotel zijn TRONKENBIJEN. Daar waar de rosse metselbij niet in kan met zijn “dikke” lijf maakt de tronkenbij handig gebruik van de 2-4 mm kleine hotelkamertjes.

Op waarnemingen.be staat onder andere het volgende vermeld:
De tronkenbij nestelt in oude kevergangen in oud hout. Ook de rietstengels in rietdaken worden vaak als nestplaats gebruikt. Deze soort verkiest een binnendiameter van 2 tot 4 mm. Nestgangen van vorig jaar worden na reiniging opnieuw gebruikt. Het wandje tussen de twee cellen wordt gemaakt van hars. In de eindprop worden in de hars ook stukjes zandkorreltjes, houtsnippers of blad verwerkt. Tronkenbijen verzamelen stuifmeel door met het achterlijf bloemen te bekloppen. Het stuifmeel wordt vervoerd tussen de verzamelharen op de buik. Deze typische manier van verzamelen is een goed veldkenmerk.

De verzamelharen worden ook wel buikschuier genoemd en is een determinatiekenmerk voor vrouwelijke bijen. Nooit geweten! Vanaf vandaag ben ik dus wéér een beetje wijzer 😉 .

Dat het hier echt om een tronkenbij gaat kan je goed zien in de afwerking van de eindprop. Daar waar de metselbij zijn eindprop maakt van een soort cement, maakt de tronkenbij zijn nestplaats dicht met hars met houtsnippers.

Weer heeft een nieuw “volkje” zijn thuis bij ons gevonden en daar zijn we maar wat blij mee.

 

Nog niet verleerd, Ondeugd en Kontjes

30 juni 2020 – Het was niet zulk lekker weer vanochtend maar ik moest naar buiten, anders gezegd “met mijn kop in de wind”. Voor het eerst sinds tijden heb ik mijn fototas uit de mottenballen gehaald. Gelukkig had BJ nog opgeladen batterijen anders had ik niet op pad gekund want fotograferen komt bij mij op als po-ëpen en dan heb ik mijn eigen spullen niet altijd op orde! Gepakt en gezakt ging ik op pad. Ik moest wel weer wennen aan het gewicht van mijn tas. Toegegeven, naast al het fotoapparatuur zat er ook een overlevingspakket in met eten en drinken voor mijn innerlijke ik, een soort van EHBO-tasje, vuilniszakjes, zonnebril, telefoon, handcrème, lippenbalsem, desinfectiegel, snoetenpoetsdoekjes, extra batterijen, extra sd-schijfjes, een regencape, mijn flitslamp, portemonnee en autosleutels. Alleen zonder fotocamera’s en toebehoren is de tas al loodzwaar 😉 Maar hé, een slimme meid…….

Allereerst heb ik mijn macrolens, inclusief ringflitser, aangekoppeld. Omdat ik al heel lang geen insecten meer heb gefotografeerd was ik al blij met de enkele gewone insecten die ik voor mijn lens kreeg. Het weer speelde natuurlijk ook niet mee want wat zou jij doen als je insect was en het regende… precies, schuilen. Een enkele dappere “dodo” liet zich wel zien.

Naarmate de dag vorderde werd het weer steeds mooier. Foto’s maken met een macrolens geeft me energie maar kost het ook want turen in de struiken en de beste plaatjes proberen te schieten is intensief. Maar geen nood aan de man, ik had genoeg andere lenzen mee dus werd de lens gewisseld naar een 70-200.

Na op een bankje wat gegeten en gedronken te hebben ging ik weer op pad. Soms moet je keuzes maken welk pad je wilt bewandelen en dit keer koos ik voor het pad wat me naar de przewalski paarden en wisenten zou leiden. De paarden waren duidelijk al op vakantie, die waren in geen velden of wegen te zien. De wisenten had ik in NPL nog niet in “het wild” gezien. Daar is vandaag verandering in gekomen. Op een mooi veldje stonden, dacht ik, 2 wistenten maar tot mijn grote vreugde waren dat er 4! Ze stonden een eindje verderop. Wat schetste mijn verbazing… ze kwamen hoe langer hoe dichter bij. 4  stieren stonden vlak voor mijn neus met enkel nog schrikdraad en een hekwerkje tussen ons in. Hun wollige vacht waren ze aan het wisselen naar een luchtige zomerjas. Van dichtbij waren ze trouwens best groot. Wat een imposante beesten en dan te weten dat dit nog maar jonkies waren. Hoe ik dat weet? Ik kwam in gesprek met een medewerker van NPL. Hij vertelde mij dat hij ze zelden zo dichtbij staan en dat deze 4 “stiertjes” over niet al te lange tijd zullen verhuizen naar een ander natuurgebied. Dit om de familie die hier woont zuiver te houden.

Toen we stonden te praten hoorden we een vrouw heel hard “huppeldepup…kom hierrrrrr” roepen. En ja hoor, daar zagen mijn gesprekspartner en ik een hele leuke beagle voorbij schieten, van links naar rechts en van boven naar onder wel te verstaan. Zóó, die had er zin in. Het geluid van de vrouw kwam dichterbij en dichterbij. Omdat ze zo aan het schreeuwen was heb ik de naam van de beagle niet kunnen verstaan dus noem ik hem Ondeugd. De vrouw werd door de NPL-medewerker aangesproken dat de hond altijd aangelijnd dient te zijn waarop de vrouw de hondenriem met tuigje omhoog gooide en bits zei “ja dat weet ik, maar hij is uit zijn tuigje ontsnapt!”. Ondeugd kwam richting zijn bazinnetje gelopen en bleef zo’n 3 meter voor haar staan. Al stampvoetend en schreeuwend liep de bazin richting Ondeugd. “O leuk, we gaan nog langer spelen” dus zette Ondeugd het weer op het lopen. Uiteindelijk gaf Ondeugd zich gewonnen (of was hij gewoon moe geworden van al dat rennen/spelen?) en sprong weer in zijn tuigje. Bij Ondeugd was de rust wedergekeerd maar ik durf te wedden dat het wel even heeft geduurd eer de bloeddruk van mevrouw weer op normaal niveau zat. Ik heb staan lachen om dit leuke schouwspel.

Na dit avontuur kwam ik aan de praat met een dame wandelaar. Zij vertelde dat even verderop de andere groep wisenten stond met kalfjes erbij en dat je ze goed kon zien. Ik zette het op een lopen want zo staan de dieren in het zicht en net zo snel verdwijnen ze in het niets. Nou, ik heb ze gezien maar ze stonden niet meer dichtbij. Omdat wachten soms loont ben ik wat langer blijven staan. De kalfjes heb ik wel gezien maar stonden te ver om mooie foto’s van te nemen. De entertjes waren aan het stoeien en de volwassen wisenten lagen en stonden in het gras. Met hun kont naar mij (de wind) toe. Ook na langer wachten bleef ik naar kontjes kijken. Ik voelde dat het inmiddels ook tijd was om zelf een eind aan deze ontdekkingstocht te maken. Ik had me verkeken op afstand en tijdsduur. Ik miste BJ want als ik moe word ga ik slordig lopen. Met de hand van BJ in de mijne gaat het dan een stuk beter. Gelukkig duurde het niet lang voordat ik bij het bezoekerscentrum aankwam. Daar ben ik neergestreken om onder het genot van een bakkie koffie en een appeltaartje bij te komen. Ik was de enige klant op het terras maar was beslist niet alleen!

Na deze gezellige tankbeurt ben ik veilig naar huis gereden.

27 april 2020 – De kroeg in onze achtertuin!

27 april 2020 – Dat bijen zeer sociaal zijn wisten we natuurlijk allang. Maar dat zij, naast hun geconfisqueerde plek in onze spouwmuur, er in onze tuin nu ook nog eens een kroeg op na houden, dat hebben we maar sinds kort door! Zonder enige aanvraag voor een tapvergunning hebben ze de kroeg geopend. Het is er een drukte van belang en zeker als het zonnetje “naar binnen schijnt” .

Wat is het geval? Vorig jaar zomer hebben we een gezellig bloeiende plant op onze tafel in tuin gezet. Nadat die was uitgebloeid heb ik de plant in een beschutte hoek gezet in de verwachting dat die weer zou opbloeien. Nou niets, nada, noppes nieuw blad, laat staan een bloem! De pot van de plant stond vol met water en stinken dat het water deed, bah! Maar wat schetste mijn verbazing… de bijen zaten op de zeiknatte aarde en vlogen af en aan. Het is goed te zien dat ze vanaf de pot weer terugkeren naar hun nest in onze muur. Dat betekent dus ook dat de bijen vanuit onze muur naar de pot vliegen. Dit is een logische redenatie omdat bijen die niet in dit nest thuishoren door de wachters simpelweg niet worden toegelaten.


De kroeg is geopend!

Ik schatte in dat de bijen water aan het halen waren voor het volk en werd nieuwsgierig wat er gaande was in de pot. Dit hadden we nog nooit eerder gezien. Lang leve internet! Via internet kwam ik er achter dat de bijen een Bijenkroeg hebben. Dat is een vast plek waar zij hun water vandaan halen. Smerig water vinden ze het lekkerst. Waarschijnlijk is de inname van andere stoffen ook van belang (b.v. mineralen). Wanneer de bijen eenmaal hun kroeg hebben geopend kan de kroeg niet meer verplaatst worden en is het noodzaak dat de kroeg ook zeiknat blijft – we hebben er weer een klus bij – 😉 Dat de bijen hun water liever niet uit de sloot halen heeft alles te maken met verdrinkingsangst. Met je pootjes op drassige grond is het immers veel veiliger. Maar wie halen eigenlijk het water? Een volk bestaat uit één Koningin, Darren en Werksters. Ieder heeft zo zijn eigen taak. De Darren paren met de Koningin zodat de Koningin eitjes kan leggen en zo voor nageslacht zorgdraagt en de Werksters zorgen ervoor dat de Koningin en haar volk niets tekort komen. De Werksters leven 6 maanden in de winter en 6 weken in de zomer. De eerste 3 weken in de zomer zijn zij huisbijen en zorgen voor het huishouden. Voor de resterende 3 weken in hun leven zijn ze vliegbij en verzamelen nectar, stuifmeel, water en propolis. Dat laatste maken ze zelf uit boomhars gemengd met was. Propolis gebruiken ze om gaten in hun nest dicht te plamuren, ze houden niet van indringers en blijkbaar ook niet van tocht, hihi). Na zich 3 weken vliegend in het zweet gewerkt te hebben, is hun taak volbracht, hebben hun vleugeltjes het maximaal aantal vlieguren bereikt en gaan ze naar de bijenhemel. Hun taken worden dan weer opgepakt door de volgende generatie.

Maar weer even terug naar de Kroeg. Vandaag ben ik gaan wandelen met Ingrid want het was weer hoog tijd om bij te kletsen. Toen ik haar van onze bijenkroeg vertelde, vertelde zij dat gisteravond bij “Dieren zijn net mensen” werd uitgelegd wat er met een dronken bij gebeurt. In tegenstelling tot de mens wordt een bij altijd per ongeluk dronken! Om het nest in te mogen moet je dezelfde geur hebben als de rest van de bijen maar tja…als je gezopen hebt ruik je toch echt anders! De dronken bij wordt met zijn “kegel” als vijand gezien.

Ook nu komen de wachters in actie en dat gaat er niet zachtzinnig aan toe. De dronken bij wordt namelijk door de wachters “in elkaar geramd” (citaat van het programma) en mag het nest niet in! Een slimmerik die het nest in wil (b.v. een muis of vlindertje) gaat steeds dichterbij de kast zitten en laat bijen over hem heen lopen om dezelfde geur te krijgen en bemachtigt op die manier zijn toegangskaart!

De Bijenkroeg is niet alleen heel belangrijk voor het voortbestaan van een bijenvolk maar ook voor solitaire bijen, hommels en zelfs vlinders. Wil je ook kroegbaas worden? Zet dan op een beschutte, zonnige plek b.v. een diepbord met wat grond, mos en/of stenen in je tuin en vul het met regenwater. Zorg wel dat het altijd nat is en verplaats het niet! Als je het ineens verplaatst zijn ze de kluts kwijt en heeft dat grote gevolgen voor het volk.

Ik vind het heel bijzonder om steeds iets meer te leren over de natuur en met name over de bijen. Graag sluit ik af met een mooie spreuk…


(en ja zelfs in de achtertuin 😉 )

 

 

28 september 2019 S.L.F. oftwel Springertje Liberation Front

Zaterdag 28 september 2019 – Zit ik in de stoel van Berend Jan (als de kat van huis is… 😉 ) kijk ik in onze tuin en zie een heel klein kikkertje/padje. Weer een nieuwe soort in onze tuin. Hoe hij hier gekomen is en wat hij van plan is, geen idee!. Ik heb hem Springertje gedoopt.

Springertje (foto gemaakt met mobiel)

Springertje werd steeds lastig gevallen door de wespen die onze tuin bezoeken om de (bijna) dode bijen op te ruimen. Dat laatste is natuurlijk niet leuk maar “that’s life”. Eerst heb ik geprobeerd de wespen van hem af te houden maar ze dachten er niet aan te stoppen. Gelukkig heeft Springertje zulke lange achterpoten dat de wespen behendig van zijn lijf werden gewreven. Of dat nou zo verstandig was weet ik niet want een wespensteek heeft vast gevolgen. Springertje laten pesten vond ik echt te ver gaan. Snel werd het Springertje Liberation Front opgericht, hij verdiende beter! Een plastic bakje werd getransformeerd tot een vervoersmiddel waar zelfs het A-team jaloers op zou zijn geweest. Gewillig stapte Springertje in waarna door de voorzitter van de S.L.F. de benenwagen in gang werd gezet. Na circa 250 meter was de eindbestemming bereikt. Een mooie plek met gras, water en buiten het bereik van auto’s. Springertje sprong uit zijn comfortable bakje en kroop snel het gras in zijn nieuwe toekomst tegemoet. We hebben op gepaste wijze afscheid genomen. Hem kussen heb ik niet gedaan want sinds 1992 heb ik mijn eigen prins waar ik tot op de dag van vandaag nog steeds van houd en de rest van mijn leven mee wil blijven delen.

Springertje in zijn natuurlijke habitat (foto gemaakt met mobiel)

20190512 Unterbach insecten

Bij dit soort acties van dieren zeggen Ingrid en ik altijd “en door”

12 mei 2019 – Zondagmorgen vond ik het tijd om een eindje te gaan lopen. Ik vertrok rond 11.00 uur. In plaats van mijn macrolens mee te nemen had ik besloten om de compact camera van BJ mee te nemen. Dat scheelt in gewicht! Ik wilde naar een stukje “moerasgebied” lopen waar we langs zijn gefietst toen we een rondje Unterbach – Meiringen – Unterbach hadden gedaan. Het is een bijzonder stukje natuurgebied wat je vanaf de weg niet ziet. Het was lekker weer en het zonnetje liet zich af en toe even zien. Naast het wandelpad stonden genoeg plantjes en bloemetjes. Eenmaal stilstaand zag ik een mooie kever/lieveheersbeestje die ik nog niet eerder had gezien. Hij had duidelijk een ochtendhumeur want hij draaide zich continue van mijn lensje weg. Nou ja… dan geen mooie foto maar ik had hem wel mooi gezien! “Thuis” maar eens opzoeken welk soort het geweest is. In het groen zaten nog veel meer insecten. Ik baalde dat ik mijn macrolens niet had meegenomen en kon het niet laten om BJ hierover te appen. Hij wilde mijn macrolens wel brengen, maar ja tussen de autoweg en het wandelpad lag een riviertje èn een spoorbaan. De eerste de beste overgang was een takke eind teruglopen en daar had ik geen zin in. Heel lief van BJ maar voor mij niet handig. Ik besloot dus met het compact cameraatje te gaan fotograferen. In het begin vond ik het niet te doen. Het scherpstellen ging beroerd, ik kon mijn scherpstelpunt niet zien en de macrostand hielp mij ook niet. Ik heb duidelijk te weinig verstand van deze camera en ben ook niet gewend om zo insecten te fotografen. Na veel 5-en en 6-en ging het steeds beter. De insecten waren gelukkig geduldig. Ze lijken hier in Zwitserland wel geduldiger dan in Nederland. Misschien komt dat omdat er nooit een Zwitser in de struiken ligt om hun te fotograferen, hihi. Hoe dan ook ik was blij met de makkelijk kleine wezentjes. En wat ik gezien heb, nou hier komt het;
1. Neomyzia oblongoguttata*)
2. Bessenschildwants
3. Zuringrandwants
4. Itsiebitsiespider
5. Bloedcicade
6. Boorvliegje
7. (Dicht)Bij
8. Eikenprachtkever**)

*) in mijn insectengids stond alleen deze prachtige naam bij het insect vermeld! Hoezo? Bestaat er geen mooie Nederlandse benaming? Jawel hoor maar een fantasieloze entomoloog heeft het diertje gedoopt als “gestreept lieveheersbeestje”..! Eerlijk is eerlijk… aan die benaming is niets gelogen maar het had wat mij betreft wel wat mooier/spannender gekund.

**) Deze niet schadelijke eikenprachtkever leeft van nectar en stuifmeel en ziet er inderdaad prachtig. Hun larven daarentegen slopen eiken. De larve leeft van de bast en de laag net daarachter. Met d gangen die de larve graaft kan het zoveel schade aanrichten dat de boom het loodje legt. Gelukkig nestelt de larve zich liever in zwakke of zieke bomen dan gezonde bomen. Op de site van Vroege Vogels staat een artikel met de titel “Eikenprachtkever sloopt Landgoed Scherpenzeel”. Lees hier. Het artikel had naar mijn idee beter “Eiken Landgoed Scherpenzeel verzopen, eikenprachtkever helpt opruimen “.

P.s. het eindje wandelen werd uiteindelijk 8.2 km in een tijd van 3 uur. Gemiddelde “snelheid” -> 2,73 km per uur! Precies hierom gaat BJ nooit mee met mijn (insecten)fotowandelingen! “Dat getreuzel!”. Hihi.

20190507 Milieuvriendelijke gaten in de lucht

20190507 Unterbach (CH) – Appartement  Michel

Na een fietstochtje door het dal bij Meiringen kwamen we weer terug bij ons appartement.
Naast de oprit staat een rotsformatie met mooie gele bloemetjes die zich daaraan vastklampen. En wat brengt dat met zich mee? Juist, bijen en hommels. Het was een drukte van belang en diverse soorten bijen vlogen af en aan. Helaas bleven de hommels niet zitten (vast type kloothommel, hihi).

Tussen al het geel zag ik in mijn ooghoek ook iets groens glimmen. En ja hoor, voor de tweede keer in mijn leven zag ik een gouden tor. De eerste keer in 2014 en nu 5 jaar later weer. Ik sprong een gaatje in de lucht, oké gat!

Ik zie met regelmaat foto’s van insecten dat ik denk…ja, die zijn vast dood en kunnen nu makkelijk van dichtbij worden gefotografeerd. Dat denk ik met name als het de ogen van een insect betreft. Die zijn zó fascinerend mooi en vind ik zó moeilijk om die heel gedetailleerd te vast te leggen. Vandaag is me dat meer dan ooit gelukt. De rest van de bij is niet scherp maar dat boeit me niet. Een 2de gaatje, oké toch ook weer een gat, sprong ik in de lucht. Stapje voor stapje ga ik vooruit.

Hotels met Pasen (bijna) vol

Dat het een drukte van belang zou worden dit Paasweekend was te verwachten daarom zijn óók wij een hotel gestart. Met de grootste zorgvuldigheid hebben hier over nagedacht. Ten eerste moest het op een zonnige plek komen. Ten tweede moest het makkelijk te bereiken zijn en ten derde wilden we graag het aantal kamers beperkt houden voor de exclusiviteit. Ook moest er een souterrain en zolder komen voor de grotere groepen. En niet te vergeten een brievenbus dat ben je immers verplicht! Aan al deze wensen kon worden voldaan dus hebben we de stoute schoenen aangetrokken en een hotel gekocht. Tot onze grote verrassing  zaten al snel de eerste kamers vol! Ook een toevallige voorbijganger heeft ons hotel uitgebreid bekeken maar kon helaas niet blijven. We verwachten dat de kamers die nu nog leeg staan snel gevuld zullen zijn. Nieuwsgierig hoe het er aan toe gaat? Je bent welkom om zelf een kijkje nemen.

20190408 Bij zaken

Archieffoto 2016

8 april 2019 –  Tot ons grote verdriet hebben we gemerkt dat onze Bijenvolk in onze spouwmuur de winter niet heeft overleefd. Waarom we daar verdrietig over zijn? De diverse bijenvolken hebben ons de laatste jaren heel veel plezier gebracht. We zullen hun “dolle kwartiertje” waarin het een drukte van belang was voor de hoofdingang terwijl tegelijkertijd hard zoemend de laatste nieuwtjes werden uitgewisseld (althans dat denken wij) missen. Maar ook het kijken naar de terugkomst van de Bijen met emmers stuifmeel aan hun pootjes waarbij de emmerkleuren geel, wit, donkerrood en zelfs knaloranje niet ongebruikelijk waren.

Archieffoto 2017

En dan het bestuderen hoe er af- en aangevlogen werd! Bijen vertrekken van en landen namelijk gewoon op elkaars rug, nek en bijenbips! (als wij als mensen toch eens zo tolerant zouden zijn!). Wanneer je niets van Bijen afweet ziet het er uit als een ongeorganiseerde bende. Hoe anders is de werkelijkheid. Een Bijenvolk is geoliede fabriek waarin iedereen zijn/haar eigen taak heeft, die uitvoert zonder te morren en waar gemaakte afspraken nagekomen worden. Er heerst samenhorigheid en iedereen is bereid om samen te werken en dat alles om een nieuw volk op te richten. Hoe het in ons Bijenvolk mis is gegaan heeft dus niets te maken met gedemotiveerde Bijen. Het is zeer waarschijnlijk een nare mijt geweest die luistert naar de naam Varroa. En nu..nu is het stil in onze tuin.

Toch is er ook leuk nieuws te melden. In oktober 2018 hebben wij onze tuin laten veranderen van een steengroeve in een Bijvriendelijke tuin. Helaas te laat voor ons bijenvolk. Genietend van een glas thee in de tuin zag ik vanuit mijn ooghoek een bijzonder tafereel. Bij één van de bamboestokken, die een jonge leibeuk in vorm houdt, was er druk vliegverkeer van een Bij of 3 à 4. Ik ging er eens rustig voor zitten om dat te aanschouwen en wat schetste mijn verbazing…er werd in en uit de bamboestok gevlogen. Natuurlijk moest dat dichterbij bekeken worden dus heb ik mijn camera gepakt en foto’s gemaakt. Na wat nabewerking kon ik goed zien dat we een Rosse Metselbij te gast hebben in onze tuin.

Omdat er bij ons thuis veel vliegtuigtermen gezegd worden…deze Rosse Metselbij zit op “APPROACH”

Om in vliegtermen te blijven: deze Rosse Metselbij zit op “FINAL”

Gelukkig ben ik in het bezit van Het handboek voor bijenfans en daar staat het volgende over Bij:
De Rosse Metselbij doet haar naam eer aan door als een echte bouwvakker haar nesten te metselen. Ze nestelt in alle mogelijke gaten. Liefst heeft ze een smal buisje, zoals een oude kevergang, een holle stengel of zelfs een sleutelgat. Eerst sluit ze de achterkant van de ruimte af met een laagje klei. Onder in het holletje legt ze lage drempeltjes om aan te geven waar de broedcellen komen. Die van haar zoontjes zijn een paar millimeter korter dan die voor haar dochters. Vrouwtjes worden immers groter dan de mannetjes. Als de drempels klaar zijn, slaat ze eten in. Ze legt een piepklein beetje nectar en een flink bergje stuifmeel in de achterste cel. Dat voedsel kauwt ze tot een klompje bijenbrood met bovenin een kuiltje. Daarin legt ze een eitje. Buiten haalt ze kleiballetjes om de drempel uit te bouwen tot een afgesloten tussenschot. Ze moet wel 8 keer heen en weer vliegen om genoeg specie te verzamelen. Als het eerste tussenschot dicht is, haalt ze eten voor de volgende broedcel en zo gaat het door, net zolang tot het hele holletje gevuld is. Per cel is ze meer dan 1 dag bezig! Het nest wordt afgesloten met een 1-3 mm dikke laag klei. Daarachter laat ze een lege nepcel zitten, bedoeld om indringers te misleiden. Dat werkt maar een beetje. Tijdens het bouwen aan het nest hebben vaak allerlei kevers, mijten, vliegjes en wespen hun eigen eitjes in de nog open broedcellen gelegd. Die zorgen voor een hoge sterfte van het broed van de Rosse Metselbijen. Het is maar goed dat de vrouwtjes 4 of 5 nesten met elk gemiddeld 5 eitjes bouwen.

Om een lang verhaal kort te maken: We zullen de gezelligheid van ons Bijenvolk missen en zijn blij dat onze Bijvriendelijke tuin nu al een eerste Bijwoner heeft.

Om in vliegtermen te blijven: “IN HANGAR”

 

20190129 Verrassing in Natuurpark Lelystad

Mijn “kop” zat te vol dus… huppeke de wandelschoenen aan en naar Natuurpark Lelystad  voor de nodige ontspanning. Vandaag heb ik geen zwijnen, paarden, herten of andere wilde bosbewoners gezien. Dat vind ik nou het mooie van dit Natuurpark, soms wordt je onverwachts getrakteerd op “wild” en de andere keer zie je geen grazers en modderfiguren.

Op een gegeven moment zag ik in de bomen een heel klein vogeltje. Gezien het formaat dacht ik aan een winterkoninkje maar wat schetste mijn verbazing bij het inlezen van de foto’s… Het was geen winterkoninkje maar een vogeltje met een knaloranje verenstreep op zijn koppie. Dit vogeltje had ik nog nooit eerder gezien dus werd een Google-momentje ingelast. Volgens de geleerden van Google heb ik een Goudhaantje gefotografeerd. Wat een prachtig beestje. Het mannetje heeft een mooi oranje verenstreep op zijn koppie en het vrouwtje een meer gele streep. Ik had dus duidelijk te maken met een patsertje, hihi. Daar waar het misschien voor anderen een gewoon vogeltje is, is dit voor mij een verrassing waar ik als een kind van 5 zo blij mee ben dat mijn hart sprongetjes maakt(e). Dank U wel Meneer Goudhaan!